Ik vind het eigenlijk best interessant, maar tegelijkertijd droevig, hoe de manier waarop we over belasting praten door de jaren heen is omgeslagen.
Neem nu de hele discussie over de aanwasbelasting. Het gaat voortdurend over hoeveel belastinginkomsten de overheid misloopt, hoeveel inkomsten er verdwijnen als mensen van het ene systeem naar het andere overstappen en hoeveel er vervolgens weer moet worden opgehaald om dat gat te overbruggen.
En juist dat taalgebruik vind ik zo interessant. Er wordt gesproken over geld dat de overheid 'misloopt', alsof het al van haar was en iemand het haar nu afhandig maakt. Alsof er ergens een rekening openstaat die simpelweg nog niet is betaald.
Maar wacht even. Het gaat om geld dat de overheid graag zou willen innen, niet om geld waar ze al over beschikte. Dat is nogal een verschil.
We betalen belasting om publieke voorzieningen te financieren. Dat is op zichzelf logisch. Maar ergens lijkt de mentaliteit te zijn verschoven van belasting als middel om de overheid te bekostigen naar een situatie waarin iedere euro die de overheid zou kunnen belasten, alvast wordt meegerekend alsof die haar toebehoort.
Vervolgens wordt iedere verandering die ertoe leidt dat de overheid minder kan innen, omschreven als misgelopen inkomsten. Mensen die minder belasting betalen, worden bijna behandeld alsof ze iets achterhouden. En als er door een systeemwijziging minder binnenkomt dan verwacht, moet dat gat blijkbaar weer ergens anders worden gedicht.
Vaak betekent dat simpelweg dat er op een andere plek meer belasting moet worden geheven, of dat er belastinggeld uit een andere pot moet worden gehaald om het verschil op te vangen. De vraag hoeveel geld de overheid daadwerkelijk nodig heeft, raakt daarbij steeds meer op de achtergrond. Het uitgangspunt lijkt te worden dat iedere euro die niet binnenkomt, gecompenseerd moet worden.
Dit maakt het verlagen van belastingen ook meteen een beladen en moeilijk bespreekbaar onderwerp. Zodra een belastingverlaging ter sprake komt, gaat het al snel over hoeveel inkomsten de overheid daardoor misloopt en hoe dat tekort moet worden opgevangen. Daardoor wordt belasting verlagen bijna een taboe, alsof je de overheid iets afneemt waar ze al recht op had.
De discussie verschuift zo van de vraag of die belasting überhaupt nodig of redelijk is naar de vraag hoe we het vermeende verlies aan inkomsten weer kunnen compenseren. En daarmee wordt het steeds moeilijker om kritisch te kijken naar hoeveel de overheid int en hoeveel ze daadwerkelijk nodig heeft.
En dat is precies wat ik zo opmerkelijk vind. We lijken steeds vaker te redeneren vanuit wat de overheid denkt te kunnen innen, in plaats van vanuit de vraag hoeveel belasting de overheid redelijkerwijs nodig heeft en waar ze eigenlijk recht op heeft.
Een beetje de omgekeerde wereld. De overheid int belasting bij de burger, maar in het taalgebruik lijkt het steeds vaker alsof de burger geld van de overheid heeft dat hij nog moet afstaan.
Sinds wanneer is geld dat je graag zou willen hebben hetzelfde als geld waar je recht op hebt?