Zoals de meesten hier weten, heeft Heinen gisteren een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin hij de plannen van het kabinet uiteenzet om vanaf 2028 voor het overgrote deel van de vermogensbestanddelen een vermogenswinstbelasting in te voeren: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?did=2026D47255&id=2026Z20444
De brief werkt de precieze werking van het nieuwe stelsel niet uit, maar vermeldt wel dat het via een novelle zal worden ingevoerd, met als doel deze nog voor het einde van het jaar aan te nemen. Daarom lijkt het me redelijk om aan te nemen dat het nieuwe stelsel grotendeels zal aansluiten bij de manier waarop de huidige Wet werkelijk rendement (WWR) omgaat met vermogensbestanddelen die uitsluitend bij realisatie worden belast (bijvoorbeeld aandelen in startups). Als dat klopt, kunnen we volgens mij het volgende afleiden:
1. Gemiddelde verkrijgingsprijs (average cost basis)
Verschillende stelsels van vermogenswinstbelasting gebruiken verschillende methoden om bij verkoop de verkrijgingsprijs te bepalen. Sommige gebruiken FIFO (first in, first out), waarbij wordt aangenomen dat je de aandelen verkoopt die je het eerst hebt gekocht. De VS staan (volgens mij als enige land) toe dat je zelf kiest welke specifieke aandelen je verkoopt. De WWR gebruikt de gemiddelde verkrijgingsprijs, zodat alle effecten van dezelfde soort geacht worden dezelfde verkrijgingsprijs te hebben. Dit lijkt op het systeem dat in Canada en het Verenigd Koninkrijk wordt gebruikt.
Stel bijvoorbeeld dat je op drie verschillende momenten aandelen in de ETF VTI koopt:
* 100 aandelen voor €100 per aandeel.
* 100 aandelen voor €150 per aandeel.
* 100 aandelen voor €200 per aandeel.
Je hebt nu 300 aandelen met een totale verkrijgingsprijs van €45.000, oftewel gemiddeld €150 per aandeel.
Vervolgens stijgt de koers naar €220 en verkoop je 100 aandelen voor €22.000. De belastbare winst verschilt afhankelijk van de gebruikte methode:
* FIFO: €22.000 − €10.000 = €12.000.
* Specifieke identificatie: als je ervoor kiest de laatst gekochte aandelen te verkopen, €22.000 − €20.000 = €2.000.
* Gemiddelde verkrijgingsprijs: €22.000 − €15.000 = €7.000.
Onder de WWR zou de belastbare winst dus €7.000 bedragen.
2. Verliezen realiseren (tax-loss harvesting)
De meeste stelsels van vermogenswinstbelasting staan toe dat je verliezen ‘oogst’ door aandelen die in waarde zijn gedaald te verkopen en die verliezen te gebruiken om je huidige of toekomstige belasting te verlagen, waarna je de aandelen onmiddellijk weer terugkoopt: https://www.bogleheads.org/wiki/Tax_loss_harvesting
Dit komt in wezen neer op een renteloze lening van de overheid. Het is geen zuiver voordeel, omdat de verkoop en terugkoop je verkrijgingsprijs verlaagt en daardoor de belasting verhoogt wanneer je uiteindelijk verkoopt.
De mogelijkheden hiervoor zijn beperkter dan in een systeem zoals het Amerikaanse, omdat de koers van het effect lager moet zijn dan de gemiddelde verkrijgingsprijs. In het Amerikaanse systeem kun je een verlies realiseren zodra een specifieke partij aandelen (lot) onder de prijs daalt waarvoor je die partij hebt gekocht.
Onder de WWR kun je deze verliezen gebruiken om je box 3-inkomen in hetzelfde jaar te verlagen en vervolgens het verlies, voor zover het boven de drempel van €500 uitkomt, onbeperkt naar toekomstige jaren meenemen om gerealiseerde winsten te verrekenen.
De meeste buitenlandse stelsels (VK, Canada, VS) hebben wash-sale-regels die verhinderen dat je hetzelfde effect onmiddellijk binnen een bepaalde periode (bijvoorbeeld 30 dagen) terugkoopt. De huidige WWR bevat dergelijke regels niet, maar ze zouden in de novelle kunnen worden toegevoegd. Zelfs als dat gebeurt, kunnen zulke regels vaak worden omzeild (vooral bij brede ETF’s) door gedurende 30 dagen vergelijkbare effecten te kopen.
3. Herwaardering van de verkrijgingsprijs (basis reset)
De WWR stelt de verkrijgingsprijs van effecten die onder het realisatiestelsel vallen opnieuw vast op basis van hun waarde op 1 januari 2028. Het lijkt zeer waarschijnlijk dat deze regel in de nieuwe wet behouden blijft (anders zouden mensen hun effecten simpelweg in december 2027 verkopen en onmiddellijk terugkopen).
Dit biedt een mogelijkheid voor de minderheid onder ons die Amerikaanse belastingplichtigen (US persons) zijn en ook in de VS belasting betalen.
Hoewel de Amerikaanse tarieven voor vermogenswinstbelasting lager zijn, zal de Amerikaanse belasting op effecten die in waarde zijn gestegen gedurende een bepaalde periode hoger zijn dan de Nederlandse belasting, omdat de Amerikaanse verkrijgingsprijs lager is.
Dit biedt Amerikaanse belastingplichtigen de mogelijkheid om foreign tax credits in de passive basket te benutten, die anders voor Amerikaanse belastingplichtigen die in Nederland wonen doorgaans ongebruikt vervallen.
4. Exitheffing en conserverende aanslag bij emigratie
De WWR bepaalt dat emigratie als een realisatiemoment wordt beschouwd. Maar de wet staat je toe om uitstel van betaling van een conserverende aanslag te krijgen, zodat je niet op het moment van vertrek belasting hoeft te betalen over je volledige vermogenswinst die tijdens je verblijf in Nederland is opgebouwd.
Als je naar een land buiten de EU/EER emigreert, moet je waarschijnlijk zekerheid stellen voor het volledige bedrag van de Nederlandse belasting; binnen de EU/EER is dat in beginsel niet nodig. De precieze vorm van de zekerheid kan verschillen.
Dit uitstel lijkt twee aantrekkelijke eigenschappen te hebben:
(a) Het is renteloos.
(b) Het land waarnaar je emigreert, krijgt in zekere zin het eerste heffingsrecht, omdat bij de invordering van de conserverende aanslag rekening wordt gehouden met de belasting die je in dat andere land betaalt. Je Nederlandse box 3-belasting bij realisatie kan daardoor worden verminderd met de buitenlandse belasting.
Als je bijvoorbeeld naar Canada verhuist, betaal je bij verkoop eerst Canadese vermogenswinstbelasting. Als de Nederlandse box 3-belasting hoger is, betaal je vervolgens mogelijk het verschil aan Nederland, afhankelijk van de toepasselijke regels voor vermindering van de conserverende aanslag.
Ik ben benieuwd hoe dit zich verder ontwikkelt, maar dit is heel goed nieuws voor degenen onder ons die in een lastige positie zouden zijn gekomen door het verschil tussen buitenlandse stelsels die vermogenswinsten pas bij realisatie belasten en de belasting op ongerealiseerde winsten waarvan we eerder dachten dat die zou worden ingevoerd.